Page 81

Bever360

column aaf brandt corstius No. 03 | herfst 2013 081 Ik ben een avontuurlijk mens met een onavontuurlijk lichaam. Dat wil zeggen: avontuur lijkt mij, in wezen, leuk. Maar mijn lichaam schrikt zo van raftingboten, abseiltouwen en zelfs mountainbikes, dat alles blokkeert, niet meer mee wil werken, als ik aan mogelijk avontuur word blootgesteld. Dat is onhandig, tijdens een raftingtocht. Maar avontuur kan ook cultureel van aard zijn. Als ik aan exotische mensen denk, denk ik aan een vrouw die Anneke heet. Anneke is een bosnegerin die in het binnenland van Suriname woont, op Tang Luku, een eilandje midden in een rivier. Je moet naar Anneke met een lange, smalle boot die urenlang de rivier afvaart, en die je na een paar dagen op een afgesproken tijdstip weer komt ophalen. Ik was nooit op Tang Luku terechtgekomen als mijn goede vriend Pieter niet had bestaan. Pieter woonde een tijdje in Suriname, ik ging hem opzoeken en hij nam me mee naar Tang Luku. Toen onze boot bij Anneke aankwam, stond zij op het puntje van het eiland op ons te wachten. Vlak achter zich had ze een vuurtje aangelegd, waarop ze met haar buurvrouw – met hun kinderen waren ze de enige bewoners – platanenkoekjes aan het bakken was. Later bleken platanenkoekjes het enige te zijn wat er ooit gegeten werd op Tang Luku. Nog bizarder dan haar naam was het feit dat Anneke redelijk goed Nederlands sprak. Maar Anneke verstond niet alles wat we zeiden en wij verstonden niet alles wat zij zei. Pieter loste dat op door luid en langzaam tegen haar te praten. Ook maakte hij handgebaren bij alles wat hij zei. Toen we de platanenkoekjes op hadden, zei Pieter: ‘Mmmm, lekkerrrrr. Anneke. Lekkerrr’ wreef daarbij rondjes over zijn buik. Anneke keek hem geamuseerd aan. Zelf vond ik dat ik beter opging in het eilandleven, al gedroeg ik me waarschijnlijk als een nog ergere, wittere koloniaal dan Pieter. Ik had de kinderen van Anneke en haar buurvrouw ontdekt, en zij mij. De kinderen waren kleverig en roken naar iets heel zoets (platanenkoekjes, waarschijnlijk). Ik ging vaak met ze in de rivier zwemmen. ’s Avonds klommen de kinderen op mijn schoot en vielen tegen me aan in slaap. Ik was dan diep gelukkig. Op een ochtend werden Pieter en ik wakker in ons warme hutje, toen hij ineens een enorme zwarte spin op de muur zag zitten. We lagen in hangmatten die afsluitbaar waren door een muskietennet, maar we waren toch bang. Waarschijnlijk was het een vogelspin. En had hij vanuit zijn hoekje al de hele nacht naar ons zitten loeren. Toen we bangig Anneke erbij geroepen hadden, werd ineens het verschil tussen ons en de eilandbewoners duidelijk. Zij wierp één blik op de spin, pakte een enorme balk en sloeg de spin met vele, harde klappen niet alleen dood, maar ook helemaal kapot. Overal lagen stukjes poot met haren erop. De vrouw die steeds zo gemoedelijk met ons had geborreld, bleek een onbevreesde killer. ‘Het was een gevaarlijke, denk ik,’ zei Pieter zachtjes, hij was even uit zijn rol van joviale koloniaal gevallen. fotografie: doke romeijn aaf brandt corstius is columniste en schrijfster. ook is ze regelmatig tafeldame in het tv-programma ‘de wereld draait door’.


Bever360
To see the actual publication please follow the link above